Het is nog knap lastig om overal 1,5 meter afstand te houden van anderen. UvA-onderzoeker Cody Hochstenbach heeft daarom een oplossing bedacht: weg met de auto.

De gemeente was tevreden gisteren. De eerste lentedag was goed verlopen. Nergens was het ‘te druk’, zei een woordvoerder tegen Het Parool. ‘Niet in het Vondelpark, maar ook niet elders.’ Toch waren er genoeg plekken in de stad waar het nog een hele uitdaging was om de 1,5 meter afstand te houden.

Op smalle stoepen was het lastig manoeuvreren. Er zijn nogal wat obstakels. Tegenliggers natuurlijk, maar ook rijen bij winkels en buurtbewoners die voor hun deur zitten. Ook stadsgeograaf Hochstenbach concludeerde dat het soms simpelweg onmogelijk is om die 1,5 meter te houden.

Juist nu afsluiten

‘Nu je je strategisch door de stad moet zien te navigeren, is het volkomen duidelijk van en voor wie de straat in de praktijk is: de auto’, schrijft de wetenschapper vandaag in zijn RTL Z-column. Hoewel maar een kwart van de volwassen Amsterdammers een auto heeft, domineren ze wel het straatbeeld.

‘Juist nu moeten we straten afsluiten voor autoverkeer, om mensen de hoognodige ruimte te gunnen’, meent Hochstenbach. En ook na de coronacrisis moeten de wagens teruggedrongen worden. ‘Bovendien maakt de coronacrisis het maar als te duidelijk dat heel veel mensen prima zonder die auto kunnen.’